Interventionele radiologie in de humane geneeskunde

Wat wordt verstaan onder interventionele radiologie?

De definitie van interventionele radiologie wordt gegeven in artikel 2 van het ARBIS.

Interventionele radiologie: het gebruik van beeldvormingstechnieken op basis van röntgenstralen, om het inbrengen en sturen van instrumenten in het lichaam te vergemakkelijken en zo een diagnose te kunnen stellen of een behandeling te kunnen uitvoeren;

Wat is de implicatie van het gebruik van interventionele radiologie op de fysische controle?

Er is geen bijkomende vergunning nodig voor het gebruik van interventionele radiologie in de humane geneeskunde.

Wanneer u deze procedures toepast in uw vergunde praktijk, dient u dit evenwel te melden aan uw erkend deskundige in de fysische controle die instaat voor de periodieke evaluatiebezoeken stralingsbescherming. De frequentie van deze bezoeken zal verhogen van 1/jaar naar 2/jaar (met een toegestaan interval van 4-8 maanden tussen de bezoeken).

Welke toestellen vallen onder deze definitie?

De definitie is niet afhankelijk van het toestel waarmee de handeling wordt gesteld maar wel van de aard van de procedure die uitgevoerd wordt. Bepaalde toestellen zijn evenwel beter geschikt voor procedures met interventionele radiologie en worden dus vaker hiervoor gebruikt.

Welke procedures vallen onder interventionele radiologie?

Interventionele radiologie gaat over handelingen waarbij instrumenten in het lichaam worden ingebracht en gestuurd. Beide aspecten: inbrengen EN sturen, moeten aanwezig zijn om te spreken over interventionele radiologie.

Kenmerkend is dat voor het inbrengen en sturen van deze instrumenten gebruik wordt gemaakt van dynamische beeldvorming.

Specifieke voorbeelden (niet-limitatief):

  • Coil embolisatie : oa PDA/Intra-hepatische PSS/ A.Carotis
  • Plaatsing van naso-jejunale voedingssonde
  • Ballon-dilatatie van oesophagale/colon-stricturen
  • Chemo-embolisatie van tumoren
  • Inbrengen van een naald (vb CSF-tap) gedurende fluoroscopie.

Voorbeelden van procedures die niet onder de definitie van interventionele radiologie vallen:

  • Stationaire controleradiografie of -CT voor, tijdens of na een chirurgische procedure, waarbij de chirurgie gepauzeerd wordt tijdens de beeldvorming.
  • Barium-slikstudie 
  • Gebruik van fluoroscopie om intredeplaats van een naald te bepalen, zonder de naald in te brengen.

Er wordt meer en meer gezocht naar alternatieven voor röntgenstraling. Indien bovenstaande procedures niet uitgevoerd worden onder begeleiding van röntgenstraling, maar bijvoorbeeld via echografie, vallen ze uiteraard buiten de definitie interventionele radiologie.